Luchtlandschap

Eenvoudige beelden kunnen soms extra tot de verbeelding spreken. Een karakteristieke boom (bekend bij vele veenbezoekers), een dramatische lucht, een eigen interpretatie van het kleurenpalet, een evenwichtige compositie en een door aardkleuren gelaagde voorgrond.

Foto: Henk Jalving

Parque Rural de Betancuria

Wie vanaf het noorden via de FV -30 het Parque Rural de Betancuria binnenrijdt, ontmoet eerst Guise en Ayose, twee indrukwekkende bronzen beelden die de oude koningen van Fuerteventura voorstellen vóór de verovering in 1402. Zij verlenen toegang tot een indrukwekkende aaneenschakeling van okerkleurige ronde heuvels, afgewisseld door kronkelige ravijnen en valleien waarin zo af en toe een dorpje of gehuchtje ligt.

Een vroege mist maakt het landschap mysterieus en onaards. Als later op de dag binnenkomende wolken overdrijven, speelt de zon een indrukwekkend  lichtspel over de heuvels, de dalen en de daken en muren van de witgepleisterde huisjes. In het vroege voorjaar wisselen aardkleuren en allerlei groene varianten elkaar af. In de Mirador de Morro Velosa vind je een café met een onvergelijkbaar uitzicht.

Maar naast de hoofdplaats Betancuria, Ajuy aan de kust en Pajara in het binnenland zijn het toch vooral de vergezichten over het verrassende heuvelland met zijn bijzondere geërodeerde flanken die met name boeien. Een plek om elk jaar terug te keren.

Ga voor een fotografische impressie naar : http://www.henkjalving.nl/landschapsfotografie.html

of klik op de foto.

Foto Henk Jalving

Liège-Guillemins

Toen het nog kon en Corona ons wel iets maar niet alles in de weg legde, waagden we een bezoekje aan Luik. Naast het Fort de la Chartreuse stond natuurlijk het imposante treinstation op het programma.

Station Luik-Guillemins (Frans: Liège-Guillemins) is het belangrijkste spoorwegstation van de stad Luik. Het station is genoemd naar de wijk Guillemins, waarin het ligt. Het ontwerp is van de bekende architect Santiago Calatrava. Calatrava’s ontwerpen hebben de naam spraakmakend te zijn.. Zo ontwierp hij het Stadelhofen-station te Zürich, het station van Luzern, het station Lyon-Saint-Exupéry TGV, het intermodaal station Oriente in Lissabon en het PATH-station in New York. Van zijn hand zijn ook de gebouwen in de Ciudad de las Artes y las Ciencias in Valencia. .Het station is gemaakt van staal, glas, wit beton en Belgische blauwe hardsteen, en beschikt over een monumentale overkapping van 160 m lang en 35 m hoog.

Een selectie van foto’s is te zien op mijn fotosite. Klik hier of op de foto.

Foto Henk Jalving

IJstijden

De afgelopen week waanden we ons even terug in oer-Hollandse ijstijden. Sneeuwduinen deden me terugdenken aan de winter van 1963, toen het bijkans onmogelijk was om van G (Gees) naar C (Coevorden) te fietsen of te bussen. Het ijsvermaak bracht herinneringen boven aan tafereeltjes van de 17e-eeuwse winterschilder Hendrick Averkamp. En barre vriesnachten creëerden weer (denkbeeldige) bizar gevormde IJsbloemen op onze slaapkamerramen.

Maar voor wie er op uittrok was er veel moois te zien. Prachtige ijsfiguren bijvoorbeeld bij de watermolen van Oele.

(Fujifilm X-H1, ISO 100, 18-55 mm op 18 mm, F22 [om een lange sluitertijd mogelijk te maken) , 1/8 sec)

Dichter op de IJssel

Afgelopen week trad de IJssel weer breedvoerig uit zijn oevers. Bij Gorssel en Wilp was de brede rivierstroom weer mooi te vereeuwigen in het ondergaande zonlicht.

Hoe toepasselijk ook het gedicht van Willem Smalen over de IJssel.

De IJssel

als een kabbelende stroom
voert zij door laagland
glinsterend in zonnestralen
bejubeld en bezongen

spiegelend in wolken
glijdt zij het land voorbij
weiden, uiterwaarden
vee, een boerderij

soms stijgt zij in aanzien
stroomt in overvloed
kolkend neemt zij bezit
van land en wei

mensen en dieren
op de vlucht
over zompend land
vervloekt en verdrongen

zelfingenomen
blaast zij de aftocht
en koestert zich
glinsterend in zonnestralen

willem smalen

Vlonderen

“Vlonderen” zou als zelfstandig werkwoord toegevoegd moeten worden aan het “Woordenboek der Nederlandsche Taal”. Zelden zag ik de afgelopen tijd zo vaak het woord “vlonder” voorbij komen in regionale krantenartikelen, op sociale media en fotosites. Het leek wel of iedereen dit eenvoudige, platvloerse bruggetje had ontdekt.

Natuurbeschermers van het Haaksbergerveen repten over vernielingen door een paard en het demonteren van het rustieke wandelpad. Onderdelen werd als brandhout aan de man, vrouw en gender neutrale medelander gebracht en droegen zo bij aan een enorme lokale CO2-uitstoot.

Fanatieke wandelaars beliepen in deze Covid-19 tijd talloze bemodderde en uitgesleten wandelroutes. Hun Meindls, Lowa’s en Jack Wolfskins teisterden daarbij menig vlonder in de Twentse natuurgebieden. Het ritmische, doffe gedreun van hun schoeisels deed vele overwinterende vogeltjes uit hun winterslaapje opschrikken.

En dan waren er nog de hobby-, amateur- en semiprofessionele fotografen die het veen en heidegebied tot hun domein verklaarden. Zo lagen we op een hele vroege, mistige morgen met wel zes beoefenaars van natuur- en/of landschapsfotografie in wonderschone aanbidding voor de overbekende vlonder in het Buurserzand bij de Steenhaarplassen. Een lichte rijp en zachte vorst deden ook nu de vlonder fotogeniek uitkomen. Een mistige achtergrond zorgde voor een mooi decor. En natuurlijk hadden we alle zes het idee dat we thuis zouden komen met die ene unieke plaat in een bijzonder perspectief die op die plek nog nooit geschoten kon zijn. Laat het een mooie illusie blijven.

Vlonderen” moet daarom in de Dikke Van Daele. In de betekenis: “met veerkrachtige tred een vlonder betreden” of “fotografisch een vlonder vereeuwigen”

Fujifilm X-H1; F11; ISO 500; 1/30 sec; 18 – 55 mm op 18 mm)

Morgenstond

Nog voor het eerste ochtendlicht spaarzaam de uitgebloeide heidestruiken, de neerbuigende grassprieten en de berijpte pijpenstrootjes oplichten, struinen we door het donkere bos richting een eerste vennetje. Onze opzet is het eerste zonlicht op deze mistige morgen te vangen terwijl het over het bevroren water van een vennetje scheert. Onhandig slingerend met statief en rugzak banen we ons een weg over omgevallen berken, langs dorre, vervaarlijk uitstekende takken en onder dicht opeen neerhangende stronken van een oude dennenboom. Als het doel met enige moeite bereikt is en we op de licht bevroren ondergrond van het veenmos meedeinen, zien we enkel mist. Vaag geven de silhouetten van bomen in de verte nog een spookachtig fascinerende beeld, maar de begroeiing in de voorgrond heeft de grijze kleur van de mist en en het bevroren oppervlak van het ven aangenomen. Geen diepte, geen contrasten, geen, door een opkomende zon geschilderd kleurenpallet.

Verderop in het Buurserzand aan het voetpad van de Waarveldweg is de situatie niet veel anders. De zon laat zich niet zien. Het verwachte zonnegordijn blijft gesloten. Desondanks bieden enkele solitaire bomen nog een mooie compositie in een vage, nevelige achtergrond. Bij het vlonderpad gaan we zelfs even acrobatisch door de knieën voor een mooie compositie met weglopende lijnen, voordat we onze weg vervolgen richting de Knoefweg. Als ook aan de overkant richting het Buursermeertje de mist meer en meer optrekt word ik steeds pessimistischer over dat ene shot waarvoor ik zo vroeg was opgestaan.

Maar dan opeens piept de bron van licht en leven even tussen enkele nevelflarden door en werpt een vaag schijnsel op het karakteristieke geraamte van een oude eik. Ik haast me, laat rugzak pardoes op het pad liggen, gooi statief terzijde en zoek gehaast de best bereikbare positie voor dat ene schot uit de hand. Twee, drie opnames en dan is de betovering van de oude eik weer voorbij. Maar ik heb hem en kan tevreden, met verkleumde vingers en stramme ledematen huiswaarts. Op weg naar Lightroom.

( Fujifilm X-H1, F9, 1/60 sec., ISO 100, 39 mm., objectief 18-55 mm)